Koffie

Waar komt koffie vandaan?

De “Coffea arabica” kwam oorspronkelijk in het wild voor in de beboste hooglanden van Ethiopië.

Het is een hoge boom die tot struik wordt gesnoeid om zo makkelijker de vruchten te kunnen plukken. Die vruchten zien er uit als een soort bessen (kersen), waarvan de pit de latere koffieboon vormt. Na het plukken worden de rode bolletjes gedroogd en gestampt om hen te ontdoen van schil en pulp. Voor consumptie moeten de obnen dan nog eens gebrand en gemalen worden. De eigenlijke koffiecultuur ontstond niet in Afrika, maar in Yemen in de 11de en 12de eeuw. De stad mokka of Mocha, nu Al Mukha, wordt de uitvoerhaven van de koffieboon naar de rest van de wereld.

De naam koffie (café) komt van het Turkse woord “Qahwe”, op zijn beurt afgeleid van het Arabische “Quahwa”, dat in eerste instantie “wijn uit bessen betekent”. Zowel wijn als koffie hebben een stimulerende werking. Arabica gedijt het best op een hoogte tussen 600 en 1700 meter. Het koude klimaat vertraagt de rijping van de bessen waardoor ze minder vocht bevatten en meer smaak krijgen.

Koffie werd als genotsmiddel populair in de 16de en 17de eeuw, eerst in de Islamitische wereld en daarna ook in Europa, waar de koffiehuizen als paddestoelen uit de grond schieten. Vanaf de 18de eeuw wordt kofie in brede lagen van de samenleving geconsumeerd.

Het koffiehuis

Een koffiehuis is een etablissement waar koffie, thee en snuisterijen kunnen gekocht én geconsumeerd worden. In de moslimwereld wordt op deze plaatsen ook shisha, met honing of gedroogd fruit geparfumeerde rookwaar, aangeboden in de kookha of nargile, de waterpijp.

Koffiehuizen bestaan in het Midden-Oosten, Egypte, Turkije en Syrië sinds de 16de eeuw als ontmoetingsplaats waar vertier gezocht werd. Vanaf de 17de eeuw verschijnen dergelijke instellingen in Wenen, Venetië, Londen, Parijs en later in New York, Boston, …